24 mei 2013

Tijd voor een andere mobiliteit - Fietsbeleidsplan Groen Oudenaarde

INLEIDING Elk jaar komen er in onze stad nieuwe fietspaden bij. Op een aantal plaatsen werden ook goede fietsstallingen geplaatst. Maar de aanleg van een lappendeken van fietspaden, verspreid over de ganse stad, betekent niet dat er automatisch meer mensen de fiets zullen nemen. Een ketting is zo sterk als zijn zwakste schakel. En er zijn in onze stad nog heel veel zwakke schakels. Een fietsbeleid gaat bovendien over meer dan fietspaden.Voor Groen is een grondig uitgewerkt fietsbeleid(splan) een vereiste. De stad heeft zelf de sleutels in handen voor een succesvol fietsbeleid. Fietsinvesteringen kosten minder dan investeringen voor de auto en garanderen een betere mobiliteit. Een fietsvriendelijk beleid wordt vooral bepaald door de stad. Een fietsbeleidsplan is het uitgangspunt en werkinstrument om tot een andere en betere mobiliteit te komen.

Mensen op de fiets krijgen heeft zoveel positieve effecten dat de stad eigenlijk niet anders kan dan de kaart van de fietser trekken:

  • fietsen is gezond, zorgt voor een goeie conditie en helpt tegen allerlei ziekten,
  • fietsen is goedkoop, een fiets heeft geen benzine nodig,
  • fietsen zorgt, in vergelijking met autorijden, niet voor fijn stof in onze straten en voor minder CO2-uitstoot en is dus goed voor het milieu en het klimaat,
  • fietsen maken ook minder lawaai dan auto's en dragen bij tot een aangenamere leefomgeving,
  • fietsers zien elkaar meer dan automobilisten en dat is dan weer goed voor de sociale samenhang,
  • fietsers zijn goed voor de middenstand, ze kopen meer in de centra van steden en dorpen. (1)

Minister Schauvliege maakt de uitvoering van een fietsbeleidsplan voor gemeenten bovendien financieel draaglijker. In het Milieuconvenant dat vanaf 2014 van kracht wordt ondersteunt zij gemeenten die "de lokale leefkwaliteit verbeteren door de luchtverontreiniging en geluidshinder van verkeer te verminderen en door plaatselijke milieuhinder door geluid, geur, licht, stof,... te verminderen. Dit kan bijvoorbeeld door alternatieven voor auto's zoals fiets en openbaar vervoer, te stimuleren"(2).

Bij het maken en uitvoeren van een fiets(beleids)plan is de kindnorm belangrijk: als kinderen durven en mogen fietsen, dan neemt iedereen wel de fiets. Een aaneengesloten netwerk zodat kinderen veilig naar school kunnen, is essentieel. Ook de minder zeker fietsende senioren varen er wel bij. Hun mobiliteit en sociale contacten verbeteren.

Omdat Oudenaarde een centrumfunctie heeft voor omliggende gemeenten, is bovenlokaal overleg nodig. Fietsers uit de buurgemeenten moeten ook de kans krijgen op een veilige en vlotte manier de school, het station of de werkplek in Oudenaarde te bereiken.

Groen is er van overtuigd dat een autoluwe leefomgeving bijdraagt tot een betere levenskwaliteit. Streven naar autoluwe en verkeersleefbare deelgemeenten en stadscentrum kan enkel als er meer fietsers zijn. Meer fietsers zullen er pas zijn wanneer er veilig, aantrekkelijk en comfortabel kan gefietst worden. Groen Oudenaarde wil met dit document de intentie van de stad ondersteunen om fietsstad van de regio te worden. (3, 4)

VIER HOOFDPUNTEN VOOR EEN FIETSBELEID

Het fietsplan van Groen Oudenaarde steunt op vier pijlers: planmatige aanpak, directheid, veiligheid en comfort-aantrekkelijkheid.

1. PLANMATIGE AANPAK

Oudenaarde is voldoende groot om een apart luik over fietsen aan zijn mobiliteitsplan toe te voegen. Het uitgangspunt van elk mobiliteitsplan is het respecteren van het STOP-principe. Dit betekent dat de stad bij de organisatie van haar mobiliteit altijd eerst rekening houdt met de Stappers, vervolgens de Trappers, dan het Openbaar vervoer en tenslotte het Privaat gemotoriseerd vervoer. We stellen vast dat in het huidige mobiliteitsplan veel meer aandacht gaat naar het privé-vervoer dan naar de fietsers (en stappers). Om een degelijk onderbouwd fiets(beleids)plan uit te werken, zal de mobiliteitsambtenaar voldoende ruimte moeten krijgen om zich op het fietsen te kunnen focussen.

1.1. Meetbare doelstellingen

Het is aangewezen dat het gemeentelijk fietsplan vertrekt vanuit een aantal doelstellingen. Om te zien of de aanpak resultaat heeft zijn de doelstellingen best meetbaar. Een nulmeting kan nuttig zijn. Enkele voorbeelden:

  • Hoeveel meter fietspad hebben we nu en hoeveel meer willen we er elk jaar?
  • Hoeveel tieners die op 5 km van hun school wonen, komen vandaag met de fiets? Hoeveel willen we er over 5 jaar?
  • Hoeveel fietsers willen we op een bepaalde plaats?
  • Hoeveel fietsers komen dagelijks naar het station en welke groei willen we daarin?
  • Hoeveel verkeersslachtoffers zijn er onder fietsers, en hoeveel minder willen we binnen 5 jaar?
  • Hoeveel bedrijven hebben een fietsplan?

1.2. Overleg met betrokkenen

De fietsers zelf hebben de beste en de meeste ervaring. Tijdens de opmaak, de uitvoering en de evaluatie van het fietsplan is overleg met alle betrokkenen ten zeerste aan te bevelen.

  • Scholen en scholieren komen op de eerste plaats. De scholen die aan de schoolroutekaart meewerkten weten ongeveer hoeveel leerlingen met de fiets komen, en van waar. Scholen zijn ook best geplaatst om de zwakke punten in de directe schoolomgeving in kaart te brengen.
  • De Fietsersbond is in Oudenaarde inmiddels meer dan tien jaar actief. Zij beschikken over heel wat ervaring en deden onderzoek naar de staat van de fietspaden en werkten dossiers uit rond o.a. fietsstallingen en de fietsring, allemaal heel bruikbare informatie.
  • De politie heeft de ongevallencijfers, zelfs op kaart. Dit is nuttige informatie bij de opmaak van het plan.
  • Fietshandelaars zijn bevoorrechte getuigen, ook zij kunnen betrokken worden in het overleg.
  • Wielertoeristen fietsen weliswaar vaak in groep over de weg, maar er zijn er ook bij die in de week de fiets gebruiken om naar het werk of de winkel te gaan. Zij kunnen informatie geven, zowel als recreatief en als functioneel fietser.
  • Waar het past mag bij gesprekken en overleg met De Lijn, NMBS, AWV en andere externen, de aandacht voor fietsers niet ontbreken.

1.3. Op zoek naar nieuwe fietsers

Mensen verplaatsen zich ook om naar het werk, de sportvereniging en dergelijke te gaan. Overleg met deze groepen kan nog meer fietsers op de baan brengen.

  • Ongetwijfeld telt Oudenaarde aardig wat bedrijven waar veel (mogelijke) fietsers zijn en die via "Bike to work" of een gelijkaardige campagne hun werknemers het voordeel van fietsen kunnen doen inzien.(5)
  • Sportverenigingen brengen elke dag tientallen mensen op de been. De mama of papa-taxi's en de achterbankgeneratie kent iedereen. Ook daar ligt een markt voor fietsers.
  • Door subsidies voor elektrische fietsen kan een nieuwe groep fietsers bereikt worden.

 1.4. Communicatie

We leven in 2013: de nieuwe media kunnen gebruikt worden om informatie te geven aan en te krijgen van de gebruikers.

  • De stad Oudenaarde kan een website uitbouwen met school-, fiets- en toeristische routes, maar ook de adressen van fietshandelaars, van fietsverhuur, van oplaadpunten voor elektrische fietsen, van publieke fietspompen, van fietsvriendelijke horeca en dergelijke meer kunnen hierop vermeld worden.
  • De nieuwe media kunnen gebruikt worden om problemen via de website te melden: smartphones leveren én een foto én een plaatsbepaling van overhangende takken, putten,... Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ontwikkelde hiervoor een interessante toepassing. (6)
  • Maar omdat niet iedereen met de nieuwe media vertrouwd is, is het aangewezen om regelmatig een veilige route of andere fietsinfo in het gemeentelijke infoblad te publiceren.

Concreet

De eerste taak van de cel mobiliteit van de gemeente is een herziening van het mobiliteitsplan waarbij meer aandacht wordt besteed aan de zachte weggebruiker. Een apart gemeentelijk fietsplan met een Gemeentelijk Lokaal Fietsnetwerk (dat subsidies mogelijk maakt voor de aanleg van fietspaden langs gemeentewegen)(7) is overtuigender en vormt het uitgangspunt om de fietsstad van de regio te worden, een uitdaging die het stadsbestuur in zijn bestuursakkoord aangaat: "We willen Oudenaarde en haar deelgemeenten uitbouwen tot dé fietsstad van de streek. We mikken daarbij niet enkel op fietstoerisme, maar willen het fietsgebruik ook bij onze eigen inwoners zoveel mogelijk aanmoedigen."(8)

Bij de opmaak van dit fietsplan is op heel korte termijn overleg met scholen, bedrijven, de Fietsersbond en andere fietsers noodzakelijk. In een volgende fase kunnen plannen met bedrijven, jeugd-, sport en andere verenigingen opgemaakt worden om meer mensen op de fiets te krijgen. De stad moet ambitieus zijn en aan de hand van metingen vastleggen hoeveel extra fietsers ze op korte en langere termijn de weg op wil.

 

2. DIRECTHEID

De kortste route komt er voor de fiets, de auto moet omrijden. Dit maakt deel uit van een andere manier van omgaan met ruimte en ruimtelijke ordening. De auto staat al te lang centraal in de aanleg en het gebruik van de straten. De fiets krijgt een prominente plaats in de ruimtelijke ordening en planning. De gemeente kiest voor een kernversterking van de centra en kant zich tegen lintbebouwing en baanwinkels. In het centrum en dorpscentra is plaats voor zones voor fietsen en wandelen. De stad kan maximaal inzetten op beperkt eenrichtingsverkeer voor gemotoriseerd verkeer en het ontmoedigen van sluipverkeer.

Bij de opmaak van een fietsnetwerk is het aangewezen een onderscheid te maken tussen hoofdroutes, bovenlokale routes en lokale routes. De meeste verplaatsingen blijven onder de 5 km, zelfs onder de 3 km. Het gemeentelijk niveau is het uitgelezen niveau om in te zetten op een lokaal en fijnmazig fietsnetwerk. Een netwerk omvat meer dan fietspaden, het omvat ook trage wegen, jaagpaden,... Het zorgt ervoor dat die fietsverplaatsingen sneller zijn dan de korte autoverplaatsingen. Daarmee volgt men het STOP-principe. Bij het uitstippelen van het fijnmazig netwerk moeten niet enkel scholen, het station of het industrieterrein maar ook de stedelijke academie, het jeugdlokaal, de sporthal, het zwembad en het sportveld veilig en comfortabel bereikbaar zijn.

In de hoofdfietsinfrastructuur zitten momenteel nog heel wat missing links. Het is noodzakelijk deze in kaart te brengen zodat ze kunnen aangepakt worden. De hoofdinfrastructuur maakt een verbinding tussen het centrum en verder afgelegen plaatsen. Om veilige verbindingen tussen de meer landelijk gelegen deelgemeenten en het centrum te realiseren kan overwogen worden om bepaalde landelijke wegen enkel nog open te stellen voor landbouwvoertuigen en fietsers. Bij de afwerking of aanleg van deze missing links is het aangewezen in het centrum te beginnen. Het heeft bijvoorbeeld weinig zin in Mater te beginnen met de aanleg van een fietspad om na twee kilometers langs drukke wegen verder te moeten fietsen richting centrum. Als er vanuit het stadscentrum, bijvoorbeeld vanaf de fietsring, richting deelgemeenten wordt gewerkt dan stelt dat probleem zich niet.

Concrete voorbeelden

  • In het verkeerscirculatieplan van 1990, het mobiliteitsplan van 2002, de herziening van dat laatste plan uit 2011 en het ontwerp voor de herinrichting van de stationsomgeving van 2012 is de aanleg van de fietsdoorsteek tussen de spoorwegberm enerzijds en het ziekenhuis en de scholen anderzijds voorzien. Deze doorsteek kan het sluitstuk van een fietsring vormen. Naar het voorbeeld van Kortrijk kan deze fietsdoorsteek met een fietsbrug over het rondpunt verbonden worden met een nieuw aan te leggen tweerichtingsfietspad langs de Matthijs Casteleinstraat en verder langs de spoorweg tot aan het tunneltje onder die spoorweg. Enkel een veilige oversteek aan de kerk in Leupegem ontbreekt dan nog om Leupegem op een veilige manier met het centrum van Oudenaarde te verbinden. Vanaf de fietsdoorsteek kan het fietspad in de andere richting doorgetrokken worden langs de spoorwegberm. Een brug voor fietsers over de Beverestraat zorgt voor een veilige verbinding met het station. De studie van de Stationsomgeving Oudenaarde stelt de aanleg van dit fietspad langs de spoorweg voor als onderdeel van de centrumfietsroute.
  • Fietspad Mater?centrum: de afstand van het Matersplein tot de Markt is minder dan 5 km. Dit is een fietsbare afstand die nader onderzoek verdient. Misschien kan een fietspad langs de Kattenberg (gewestelijke subsidies via Module 13(9)) en Bouverij, die enkel nog toegankelijk wordt voor landbouwvoertuigen en fietsers, hiervan een onderdeel vormen.
  • De Zevenbunder is een missing link op bovenlokaal niveau die voor een optimale en veilige verbinding tussen Maarke en Leupegem kan zorgen. Enkele ingrepen kunnen het comfort verhogen:

o Na regenbuien is het pad op de Zevenbunder en het pad langs de Maarkebeek vanaf de Hekkebrugstraat richting Ladeuze, bijna altijd bedekt met modder. Afdoende maatregelen om de erosie te beperken, kunnen een oplossing bieden.o  Het is niet nodig het pad over de ganse lengte te verbreden. Een aantal passeerplaatsen voorzien verhoogt de kwaliteit.o  De ijzeren staven langs het pad verwijderen.

  • Fietsring: volgende fietspaden kunnen aaneengeschakeld worden tot een fietsring in het centrum van Oudenaarde (zie ook het plan op de volgende bladzijde):

o  de fietspaden over de gedempte coupure (Neringstraat - Gobelinstraat ? Ververijstraat ? Blekerijstraat),o  het fietspad langs Wostine en Binneneindries tot aan de Prins Leopoldstraat,o  het fietspad tussen de sportvelden tot aan Scheldekant,o  het fietspad langs de Schelde tot aan de fiets- en voetgangersbrug,o  het jaagpad vanaf de fiets- en voetgangersbrug tot aan de Bergstraat,o  het fietspad langs de Désiré Waelkensstraat,o  het fietspad tussen Diependale en het spoorwegtunneltje,o  een nieuw aan te leggen (en reeds gepland) fietspad tussen deze spoorwegtunnel en de Matthijs Casteleinstraat,o  een nieuw aan te leggen fietspad op de Matthijs Casteleinstraat en de in diverse plannen opgenomen fietsdoorsteek tussen spoorwegberm en scholen tussen de Minderbroederstraat en de Neringstraat.

Deze fietspaden komen in de buurt van bijna alle middelbare scholen van Oudenaarde en kunnen het aansluitpunt zijn voor fietspaden komende uit de deelgemeenten.

  • Ook op de fijnmazige schaal ontbreken er stukken. Hieronder volgen een aantal voorbeelden:

o  een verbinding tussen Den Haezel en Wijnendale zou voor een veilige fietsverbinding parallel aan de Rekkemstraat kunnen zorgen. o  Het fietspad tussen Ravensdal en de Arsenaalweg:

x   Het fietspad komt in een rechte hoek uit op de Arsenaalweg. Op de Arsenaalweg is niets voorzien voor de fietser.x   Langs de Arsenaalweg mogen auto's parkeren. Automobilisten komende van Eine kunnen, wanneer er auto's geparkeerd staan, fietsers niet zien die van het fietspad de rijweg op komen.x   Mogelijke oplossing:

§    eerst en vooral voorkomen dat fietsers op dit punt direct de Arsenaalweg oprijden.§    in de richting van de Lindestraat, aan de kant van Ravensdal, nog een stukje vrijliggend fietspad aanleggen. Tussen de rijweg en dat stuk vrijliggend fietspad mogen er geen auto's parkeren.§    ongeveer halfweg tussen de Wilgenstraat en de plaats waar het fietspad vanaf Ravensdal op de Arsenaalweg uitkomt, een oversteek voor fietsers maken (visueel geaccentueerd: rood geverfd, accentverlichting, visuele versmalling en bij voorkeur met een verkeersdrempel).§    aan de overkant van de Arsenaalweg een vrijliggend fietspad maken tot aan de Wilgenstraat (waar meer dan voldoende plaats is voor dergelijk fietspad).

o  Fietspad langs de spoorweg tussen het station van Eine en de St.-Annastraat: de drie onderstaande foto's tonen aan dat er langs de spoorweg plaats zou zijn voor een fietspad. Via dit fietspad langs de spoorweg heb je ter hoogte van de St.-Annastraat aansluiting op het fietspad langs de Broekstraat richting centrum van Oudenaarde en op het comfortabele fietspad langs de Oliehoekstraat richting zwembad en de sportterreinen.

o  St.-JozefSt.-Jozef is een woonwijk met enkele scholen. Doorgaand verkeer hoort hier niet thuis. Eenrichtingsverkeer voor gemotoriseerd verkeer in de brede straten kan ruimte creëren voor de aanleg van fietspaden. Via St.-Jozef zouden fietsers vanuit Eine de fietsring kunnen bereiken.

o  In Bevere ligt er langs de berm van de N60 al een mooi fietspad van de Kortrijkstraat naar de Koestraat. Er is ruimte langs de N60 om vanaf de Deinzestraat en zeker vanaf de Wortegemstraat een fietspad te leggen aan de voet van de berm. Het fietspad kan in de Koestraat intelligent verlengd worden en aansluiten op het bestaande fietspad onder de spoorweg en zo tot aan de fietsring. Dit wordt dan een ontsnappingsroute voor de straten van Bevere die door de auto gedomineerd worden. Het is noodzakelijk dat er bij de realisatie van die fietspaden veilige kruisingen met de Wortegem- en Kortrijkstraat komen.

o  Het fietspad langs de Oliehoekstraat kan met een nieuw aan te leggen fietspad in de Galgestraat (voor de terreinen van Santens) verbonden worden met de dienstweg achter de eerste huizen in de Galgestraat. Op die manier kan het aansluiten op de fietsring. Hierbij is het ook noodzakelijk dat het tracé van de fietsring veilig over of langs de parkeerterreinen bij het zwembad en sporthallen loopt, dat is nu niet het geval.

o  In Ename verbindt een fietspad Riedekens met de Martijn van Torhoutstraat. Op de aardeweg aan de overkant van de Martijn van Torhoutstraat kan een fietspad aangelegd worden richting jaagpad langs de Schelde. Via dit jaagpad wordt de voetgangers- en fietsersbrug (en dus ook de fietsring) bereikt.

o  Het brede voetpad langs het ravelijn in het Liedtspark kan een vlotte en veilige verbinding vormen tussen de Gevaertsdreef en de Hofstraat (met de Jotie) enerzijds en Achter de Wacht (met o.a. de Brandwoeker, de Woeker en de Academie voor Muziek en Woord) anderzijds. Door de nieuwe gebouwen voor de Academie verdwijnt het fiets- en voetpad tussen de Parkstraat en de parking achter de Woeker. Een nieuw aan te leggen fietspad langs deze nieuwbouw zou het ravelijn rechtstreeks met de Parkstraat kunnen verbinden.

o  De hertekening van het Gentiel Antheunisplein en de Bekstraat kan kaderen in het streefbeeld om het centrum autoluw te maken. Terwijl het aantal parkeerplaatsen voor auto's kan behouden blijven, is er vast en zeker voldoende ruimte om een veilige omgeving voor fietsers te creëren. Het fietspad langs de Schelde zou met de Academie kunnen verbonden worden en verder langs de academie kunnen aansluiten op het ravelijn.

o  Het van de rijweg gescheiden fietspad langs de Lindestraat kan via de Arsenaalweg naar de stedelijke begraafplaats doorgetrokken worden.

o  Het fietspad langs de Gentstraat kan via een nieuw aan te leggen van de rijweg gescheiden fietspad langs de Arend De Keyserestraat aansluiten op het fietspad langs de Lindestraat. Bij de heraanleg van de stationsomgeving kan gezocht worden naar een route om aan te sluiten op het fietspad op de gedempte coupure (= de fietsring).

o  Verbinding van het station naar de sportvelden: via de stationsparking komen we in onze heringerichte St.-Jozefswijk (zie hoger). Langs Broekstraat en Gelukstede bereiken fietsers de fietsring.

- Trage wegen kunnen een belangrijke schakel worden in het fietsnet. Er zijn meerdere trage wegen te vinden die mits een kleine aanpassing of een opknapbeurt een directe verbinding kunnen vormen tussen de verschillende deelgemeenten. De Atlas der Buurtwegen (10) en de door de stad gemaakte inventaris vormen het ideale werkinstrument. Bovendien voorziet de provincie ondersteuning voor de opmaak van een tragewegenplan en subsidies voor o.a. inrichtingswerken (11).

Als voorbeeld nemen we buurtweg 25 in Eine, dit is de onverharde weg tussen de Fabrieksstraat en Scheldekant. Een fietspad op deze buurtweg geeft aansluiting op het nieuw aan te leggen vrijliggend fietspad langs de Schelde. Vanuit Eine worden de sportvelden en het zwembad makkelijk, snel en veilig bereikbaar.

 

3. VEILIGHEID

Verkeersonveiligheid is de voornaamste reden om de fiets te laten staan. Het Vademecum Fietsvoorzieningen biedt hier (minimale) vuistregels voor aan. Veiligheid heeft ook met snelheid te maken en de Fietsersbond is hier duidelijk over: "Als er maximum aan 30 km/u mag worden gereden, dan kan gemengd verkeer. Bij een snelheidsregime van maximum 50 km/u hoort minimaal verhoogde aanliggende fietsinfrastructuur. Wegen waar maximum aan 70 km/u mag worden gereden, vragen vrijliggende fietsinfrastructuur. Wanneer het onder die voorwaarden niet lukt, dan moet men de maximumsnelheid op een weg waar men nu 70 km/u mag, verlagen tot 50 km/u. Een 50 km/u zone moet zonder die voorwaarden een 30 km/u zone worden." (4)

We moeten ook de schoolomgevingen beter beveiligen. De uitgangen van het Koninklijk Atheneum aan de Keizer Karelstraat en van de Stedelijke Academie op de Woeker missen een zone 30-signalisatie.

De heraanleg van de Markt biedt kansen om de veiligheid van de fietser te verhogen. Als het doorgaand privé-verkeer niet meer langs de Markt kan, zal dat zijn invloed hebben op het verkeer in de nabije straten. Wanneer dit een gevoelige vermindering van het gemotoriseerd verkeer betekent, dan kunnen fietsstraten (12) overwogen worden.

Conflicten moeten zoveel mogelijk vermeden worden. Duidelijkheid bij de aanleg van fietspaden is daarbij een must:

  • Laat alle fietspaden er gelijk uitzien.
  • Fietspaden die andere wegen dwarsen dienen herkenbaar en duidelijk te zijn. Het is ten stelligste aangewezen dat elke oversteek gelijk wordt ingericht én aangeduid.

o  Als voorbeeld geven we de plaatsen waar het fietspad op de oude coupure andere wegen kruist: Beverestraat, Stationsstraat, Jacob Lacopsstraat en Dijkstraat.o  Een verkeersplateau laat toe dat de fietsers op dezelfde hoogte schokvrij kunnen rijden, terwijl de wagens voor datzelfde plateau moeten vertragen.o  Een accentverlichting verhoogt de veiligheid als het donker is.o  Een fietsoversteek dient ook correct aangeduid te worden. Op het kruispunt van de Broekstraat met de Wilgenstraat worden de fietsoversteken (aangeduid met verkeersbord F50) op het wegdek nog altijd aangeduid/geschilderd als doorlopende fietspaden. Op een doorlopend fietspad dat een andere weg kruist, heeft de fietser voorrang; op een fietsoversteek moet de fietser zijn voorrang afstaan.

  • Voor de veiligheid van de fietser is het aangewezen dat fietspaden die op een rondpunt of een kruispunt eindigen, met paaltjes gescheiden worden van de rijweg voor gemotoriseerd verkeer.

o  Biggenruggetjes (zoals bij het begin van het fietspad langs de Doornikse Heerweg, kant Gentstraat) zijn geen echt goeie optie: bij sneeuwval kunnen ze onzichtbaar worden en betekenen ze een gevaar voor fietser en automobilist. Vrachtwagens kunnen makkelijk over de biggenruggetjes en dus op het fietspad rijden.o  Paaltjes genieten de absolute voorkeur: zij zijn van ver zichtbaar en kunnen een fluo-kleur krijgen die ze nog opvallender maken. Goeie voorbeelden in onze stad zijn het einde van het fietspad over de Lotharingenbrug (kant Scheldekant) en het afrittencomplex van de N60 in Bevere.o  Wat er gebeurt wanneer er geen afscheiding is geplaatst, zien we o.a. op het einde van de Matthijs Casteleinstraat aan het rondpunt. Het gemotoriseerde verkeer snijdt zijn bocht af en rijdt over de fietspaden. Aanliggende fietspaden worden in de bocht van een weg ook beter gescheiden door paaltjes.

  • Oudenaarde gaat het engagement aan om dé fietsstad van de regio te worden. Automobilisten kunnen op verschillende manieren attent gemaakt worden op fietsers.

o  De digitale borden in Beverestraat en Minderbroedersstraat kunnen gebruikt worden om automobilisten te vragen rekening het houden met fietsers.o  Spandoeken kondigen het begin van het schooljaar aan.o  Waar een fietspad niet kan, worden best geen suggestiestroken met rode verf gebruikt (zoals bijvoorbeeld in de Stationsstraat). Fietssuggestiestroken wekken alleen valse verwachtingen (en geven geen rechten aan de fietsers). Zeer handig zijn in die gevallen de fietslogo's die in het Vademecum Fietsvoorzieningen staan.

  • En natuurlijk: het is beter het STOP-principe toe te passen, dan er over te schrijven.

Veiligheid is ook een taak voor de politie: verkeersovertredingen moeten aangepakt worden.In samenwerking met de scholen is er ten slotte de pedagogische taak: leerlingen hebben nood aan praktische verkeersopvoeding. Op de sites Vlaamse Stichting Verkeerskunde (13) of het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (14) staat heel wat informatie hierover. Het is aangewezen dat een aantal van deze initiatieven door het stadsbestuur worden opgestart (verkeersdagen, de Mobibus,...)

Concreet

We maken werk van de invoering van zone 30 zoals voorzien in het mobiliteitsplan. Dringend moet dit snelheidsregime ingevoerd worden in die schoolomgevingen waar dit nu nog niet volledig is. We maken tevens een stappenplan op om alle fietspaden uniform aan te duiden. Op korte termijn kunnen de oversteken van de fietsring heringericht worden.

 

4. COMFORT EN AANTREKKELIJKHEID

Ook comfort is voor de fietser belangrijk. De gegevens van de meetfiets zijn een indicator. Op basis daarvan kan een plan gemaakt worden voor de aanpak van de bestaande fietspaden.

4.1. Materiaalkeuze voor en kwaliteit van de fietspaden

Asfalt (of beton) blijft het beste materiaal. Klinkers en tegels komen na verloop van tijd los (zie o.a. het fietspad langs de Smallendam). Als er werken zijn waarbij een fietspad moet opengebroken worden, dan is het herstel ervan soms onvoldoende. Daarom is het aangewezen om voor dit herstel met een raamcontract te werken: één aannemer doet al dit werk.

Steile hellingen, kleine bochtstralen, onnodige hoogteverschillen en oneffenheden bij overgangen zijn voor fietsers onaangenaam.

De fietsroutes moeten uiteraard kwaliteitsvol zijn. De resultaten van de meetfiets van de Fietsersbond Oudenaarde kunnen gebruikt worden. Voor verder onderzoek staan de meetfietsen van het Vlaams Gewest ter beschikking.

4.2. Knelpunten

De knelpunten kunnen actief opgespoord en aangepakt worden. Met behulp van de nieuwe media kan voor fietsers een gebruiksvriendelijke manier gecreëerd worden om problemen te melden: smartphones leveren én een foto én een plaatsbepaling van overhangende takken, putten,... Hierbij is enige feedback wenselijk: naast een ontvangstbevestiging zou de melder ook de behandeling van zijn melding moeten kunnen opvolgen.

4.3. Fietsparkeerplaatsen

De stad voorziet voldoende, aangepaste én nabije fietsparkeerplaatsen.

  • Zijn er (voldoende) fietsstallingen bij openbare voorzieningen: het postkantoor, de Woeker, het stadhuis, de bibliotheek, het ziekenhuis, sportterreinen, bushaltes... Voorwielplooiers van gelijk welke vorm tellen niet mee!
  • Wordt in Oudenaarde bij nieuwbouwprojecten het decreet toegepast dat vraagt te voorzien in een minimum aantal fietsstallingen (veilig, aangepast) per appartement (15)?
  • Mobiele fietsstallingen kunnen een oplossing bieden bij eendaagse gebeurtenissen. Zij kunnen bij evenementen zoals de Bierfeesten, Feest in het Park, de Bloemenmarkt of de wekelijkse markt op donderdag gebruikt worden. Bij grote evenementen kan overleg en uitwisseling met buurgemeenten een oplossing bieden.

4.4. Bewegwijzering

De stad kan fietsers de weg wijzen door een fietsbewegwijzering uit te dokteren. Zo kan er bijvoorbeeld een fietswegwijzertje naar het station op de hoek Broekstraat/Bulkendreef geplaatst worden.

4.5. Fietsers kunnen wél door!

Soms wordt de doorgang geblokkeerd voor alle verkeer, terwijl fietsers wél nog verder kunnen.

  • Tijdens de markt op donderdag bijvoorbeeld kunnen fietsers wél nog verder dan waar de verbodsborden staan.
  • Tijdens wegwerkzaamheden worden straten voor alle verkeer verboden (met het verbodsbord C3) terwijl fietsers heel vaak wel nog door kunnen. Indien omleidingen nodig zijn kunnen voor fietsers dikwijls kortere voorzien worden dan voor het gemotoriseerde verkeer. Bij de opmaak van een aanbestedingsdossier kan hier perfect rekening mee gehouden worden door in het bestek specifiek op de fietsers gerichte eisen op te nemen. Het "minder hinder plan" dat bij de werken hoort lijkt een geschikt instrument om hier proactief op in te spelen.
  • Wanneer een doodlopende straat niet doodloopt voor fietsers en voetgangers kan je er met stickertjes een dooRlopende straat van maken. Dankzij deze sticker geeft het verkeersbord voortaan informatie aan élke weggebruiker. Op 30 april 2013 heeft de Kamercommissie Infrastructuur dit bord overigens wettelijk goedgekeurd (16).

Voorbeelden van doorlopende straten zijn:

  • Trekweg Rechteroever in Edelare (verkeersbord staat op het kruispunt met de Bergstraat): zowel voetgangers als fietsers kunnen langs het jaagpad verder.
  • de Armenlos in Leupegem (verkeersbord staat op het kruispunt met de Leupegemstraat). Voetgangers en fietsers kunnen via het Spei naar de brug over de Matthijs Casteleinstraat.
  • Tenberge in Leupegem (verkeersbord staat op het kruispunt met Ommelozen Boom). Voetgangers en fietsers kunnen via een holle weg richting Hekkenbrugstraat.
  • Spoorweglaan in Leupegem (verkeersbord staat op het kruispunt met de Watermolenstraat). Voetgangers en fietsers kunnen verder over de Zevenbunder richting Maarkedal.
  • Monseigneur Lambrechtstraat in Welden (verkeersbord staat op het kruispunt met de Rothstraat). Voetgangers en fietsers kunnen naar het jaagpad langs de Schelde of via de Hemelrijkstraat richting Nederename).

4.6. Fietsen stelen?

Het graveren van fietsen door de politie kan op gunstige momenten, wanneer er veel volk samenkomt: de wekelijkse markt, de ijspiste,... Op de website kan de mogelijkheid worden ingebouwd om een gestolen fiets aan te geven (17). Gevonden fietsen kunnen op de fietssite van de stad Oudenaarde met een foto getoond worden. Er kan voorzien worden in huurfietsen als tijdelijke vervanging.

4.7. Toeristen op de fiets!

Voor toeristen kunnen we iets maken als "Oudenaarde met de fiets". Zij krijgen een kaart met fietsroutes (of een fiets-GPS) die ze naar de bezienswaardigheden leidt. Laadpunten voor elektrische fietsen, die meer en meer aan horecazaken worden voorzien, kunnen ook op de kaart. Oudenaarde zou een van de eerste steden kunnen zijn die een publieke fietspomp heeft: een service van een fietsstad voor zijn fietsende toeristen en inwoners.

4.8. We geven zelf het goede voorbeeld

Door mee te doen aan campagnes zet de stad zich ook in de belangstelling: "Met belgerinkel naar de winkel" is er één van, naast de "Week van de Zachte Weggebruiker" en "Autoluwe Zondag". Als er een degelijk plan is voor fietstoerist én voor de dagelijkse fietser, dan zijn we echt kandidaat om fietsgemeente van het jaar te worden.

Tot slot: woorden wekken, voorbeelden strekken. Kan het personeel (stad, OCMW) de fiets meer gaan gebruiken? Zijn er dienstfietsen? Zijn er douches? Kunnen fietskoeriers ingeschakeld worden? De Muziek- en Tekenacademie zijn de eigen stadsscholen; zij staan niet op de schoolroutekaart van Oudenaarde. Op de volgende editie van deze kaart mogen ze niet ontbreken.

Laat ons sowieso wat meer fietsparkeerplaatsen voorzien aan het stadhuis. Schepenen en gemeenteraadsleden hebben dan geen enkel excuus meer om niet met de fiets naar de maandelijkse gemeenteraad te komen. De mandatarissen op de fiets: dat is pas een manier om van Oudenaarde dé fietsstad van de regio (en van Vlaanderen) te maken.

Het fietsbeleidsplan "Tijd voor een andere mobiliteit" is opgemaakt door Groen Oudenaarde en werd officieel voorgesteld op 25 mei 2013.

Contact: Steven Bettens, voorzitter Groen Oudenaarde, steven.bettens@groen.be, 055 30 08 37

Reacties

Please check your e-mail for a link to activate your account.